Opleiding Windmolen

De opleiding is er op gericht dat je in een drietal periodes van grofweg ongeveer 50 uur, verdeeld over minimaal 4 verschillende seizoenen alles leert wat je nodig hebt om elke windmolen in Nederland verantwoord en veilig te kunnen bedienen en voor de Prins te laten draaien. Je krijgt praktijk met  ondersteunende theorie van alle molentypen uit 5 de molenhoofdgroepen.

 

  • Tijdens een periode worden er een aantal eisen aan je gesteld en heb je regelmatig overleg met de instructeur over de gang van zaken tijdens de opleiding. Wat je hebt gedaan, hebt bij moeten houden, jouw bevindingen en de verwachtingen van de instructeur staan daarin centraal.
  • Aan het eind van een periode toetst de instructeur jouw kennis en aan de hand van de evaluatie bespreekt hij met je de verdere voortgang van de opleiding. Daaruit kan zelfs blijken of hij je wel of niet geschikt acht voor het vak. Als zijn oordeel niet in overeenstemming is met dat van jou, kun je het afdelingsbestuur vragen of je ter beoordeling een tijdje naar een andere instructeur kunt voor een second opinion.
  • Een deel van de opleiding moet worden besteed aan andere molens, andere hoofdtypes, of molens met een heel ander functie dan de instructiemolen. Na verloop van tijd zal de instructeur je stimuleren om eens stage te gaan lopen, een dagje mee te draaien. Je krijgt een lijst van gastmolenaars bij jou in de buurt. In overleg met je instructeur zoek je uit welk type molen met welke functie je t.z.t. wilt bezoeken. Je zorgt er voor dat er voldoende variatie in de stageplaatsen is en dat je voldoende tijd aan je stage besteedt. Gastmolenaars zijn bevoegd om de kwaliteit van de praktische handelingen te beoordelen en te checken.
  • Heb je volgens jouw instructeur voldaan aan alle voorwaarden om examen te kunnen doen, dan meld deze je aan bij het afdelingsbestuur voor het toelatingsexamen.
  • Het bestuur van de afdeling neemt je daarna een toelatingsexamen af. Dit examen is een afspiegeling van het landelijk examen.Indien je daarvoor slaagt  geeft het afdelingsbestuur je op bij de examencommissie van DHM.
  • Deze commissie roept je op voor het landelijk examen.    

 

Examens

De examens worden 2 keer per jaar gehouden, eens per jaar vindt tijdens de jaarvergadering van vereniging “de Hollandsche Molen” de uitreiking van de getuigschriften plaats. Vanaf het goed doorstaan van het examen mag je onmiddelijk zelfstandig op een molen draaien (met toestemming van de eigenaar natuurlijk). Als het je meezit ben je klaar in anderhalf tot twee jaar.

 

Exameneisen

Behalve de eis dat je minimaal 18 jaar oud moet zijn op moment van examen doen, dien je ook minimaal 1 jaar lid van het GVM te zijn, minstens 150 praktijkuren op een molen te hebben gemaakt, waarvan minimaal 30 uur op een molen van een ander type dan de instructiemolen.

Login